1.) Was uw handen
met zeep en droog ze goed af. Laat ook de patiënt zijn/haar handen
wassen.
2.) Ga zitten. Schroef het dopje van het flesje. Neem
het flesje druppels in uw hand, alsof u een pen vasthoudt.

3) a.
Laat de patiënt gaan zitten.
b. Ga achter de patiënt staan. Laat de patiënt
het hoofd naar
achteren buigen en naar
boven kijken. Het hoofd van de
patiënt rust
tegen uw buik.
c. Heeft de patiënt moeite het hoofd achterover
te buigen, dan
kan de patiënt
het beste gaan liggen. |
 |
4.) Steun met uw
hand op de slaap van de patiënt en houdt het flesje boven het oog.
Raak het oog, de oogleden
en de wimpers niet aan.
5.) Laat de patiënt een gootje maken door met de
wijsvinger het onderste ooglid naar beneden te trekken.
U kunt dit eventueel ook doen met
de duim van uw andere hand.
6.) Knijp in het flesje en laat één druppel
in het gootje vallen.
7.) De patiënt kan zijn/haar hoofd terug buigen.
8.) Laat de patiënt zijn/haar oog sluiten (niet
knijpen). Laat de patiënt de traanbuis daarna 1 tot 3 minuten lang
dichtdrukken, door zachtjes
net onder het kleine harde bobbeltje in de binnenhoek van het oog
(aan de neuskant) te drukken.
9.) Sluit het flesje na gebruik goed af. Was uw handen
en droog ze goed af.
|