Gedurende de laatste 23 jaar is er in het sociaal cultureel werk
erg veel veranderd.
Vele activiteiten zijn verdwenen of van inhoud drastisch gewijzigd.
Ik zal hierna proberen een aantal van deze ontwikkelingen in vogelvlucht
te beschrijven en daarbij ook een aantal concrete voorbeelden te
noemen.
Het
traditionele kinderwerk (de wekelijkse hobbygroep) is verdwenen.
In plaats daarvan is een kindergroep gekomen die meer op maat programmas
samenstelt. Dit kunnen kreatieve, maar ook spelprogrammas
of theater- muziek- of filmvoorstellingen zijn.
Voor de kinderen zijn er in de loop der jaren al veel soorten activiteiten
ontplooid.
Dit varieerde van zomerkampen, een jonge onderzoekersclub die allerlei
natuurkundige experimenten uitvoerde tot tekenen, spel en dans en
poppenkast. Er werden exposities voor en door kinderen georganiseerd
en ook ten behoeve van kinderen (en hun ouders) werden en worden
kleding- en speelgoed- beurzen opgezet. Al vanaf 1981 worden er
schoolvoorstellingen georganiseerd. Toch is er erg veel veranderd
binnen het kinderwerk. De programmas zijn volwassenenr
geworden. Kinderen worden serieuzer genomen. Met name de muziek-
en theatervoorstellingen zijn meer op de kinderen gericht. Ook de
schoolvoorstellingen hebben meer inhoud gekregen, zowel op cultureel
als op educatief gebied. Ook worden er sinds een jaar of vier regelmatig
preventieprojekten opgezet. Met behulp van diverse instanties als
HALT, GCV, GGD en JEKK zijn er in samenwerking met de basisscholen
projecten opgezet rond onderwerpen als pesten op school,
angsten van kleine kinderen, kleine criminaliteite
en alcohol en drugs. Vaak worden als ingang om zoveel
mogelijk kinderen te gebruiken de schoolvoorstellingen gebruikt.
Met behulp van lespaketten worden de onderwerpen vervolgens op school
besproken.
-Tienerwerk.
Voor tieners zijn er altijd veel rekreatieve aktiviteiten ontplooid.
Vooral omdat deze groep vaak tussen de wal en het schip viel in
het uitgaansleven zijn er vanaf het begin van het cultureel werk
discoactiviteiten voor deze groep onplooid. de Bonkelaar
Hipcore en de Filistijnen zijn twee van
de illustere namen van de tienersozen.
Disco draaien, droppings, Horroravonden, schaatsen, spelletjes,
films, bands, modeshows, playbackshows, kortom er is altijd een
scala van recrearieve activiteiten geweest. Daarnaast zijn er altijd
cursussen opgezet op allerlei gebied. Vele jaren lang waren dit
louter kreatieve cursussen als kleren maken, sieraden
maken, make - up e.d. De laatste 5 jaar is ook hierin veel veranderd.
De cursussen werden toneel- , grimeer- en danscursussen, de disco
avonden werden meer ontmoetingsavonden (er werd bijvoorbeeld ook
een praatcafe ingericht), en behalve ontspannende activiteiten
wordt er elk seizoen een educatief project opgezet, meestal samen
met een daarin gespecialiseerde instantie. Voorbeelden hiervan zijn
o.a.: veilig vrijen (in samenwerking met de G.G.D.),
alcohol en drugs (met G.C.V.) en zinloos geweld.
De aktiviteiten beginnen meestal met een massale activiteit over
dit onderwerp tijdens de tienerdisco, gevolgd door een aantal thema
bijeenkomsten waarin dieper op de onderwerpen wordt ingegaan. Vaak
wordt er hierbij een tweesporen beleid gevolgd. Naast tijdens onze
eigen tienerdisco, wordt ook samen met het voortgezet onderwijs
(Mavo) aandacht besteed aan dit onderwerp. Meestal door middel van
een schoolvoorstelling gevolgd door een les over dit onderwerp.
Ook zijn er inmiddels, meer inhoudelijk gerichte groepen, zoals
bijvoorbeeld de Meidengroep. Binnen deze groep worden
vaak persoonlijke problemen van de meiden uit deze leeftijdsgroep
besproken. ook wat zwaardere onderwerpen schuwt men niet.
Voor jongeren van 16-25 jaar waren er oorspronkelijk ook
wekelijks disco- achtige activiteiten.
Onder de naam Illusion werd in een eigen
gebouwtje in de Schoolstraat gedurende 3 (soms 4) avonden per week
disco gedraaid. Ook werd er aan volleybal, basketbal en andere sporten
gedaan. Er speelden bandjes, er werden films gedraaid en er waren
meespeelavonden en droppings.
Ook traditionele activiteiten als carnaval, koninginnedag en kermis
stonden op het programma. Plexat werd de nieuwe 16-120
jarigen sooswerkgroep genoemd.
Roaring Twenties was het vervolg voor met name de 20
plussers. Bij deze groep lag wat de activiteiten betreft de nadruk
op live muziek. Het koffiekrotje was een bijna dagelijkse
na- schoolse opvang voor middelbare scholieren van 15-18 jaar. men
kon er fris en koffie en thee drinken, huiswerk maken, kletsen e.d. |